Header image

Excent Haaglanden, het voormalige tandtechnische laboratorium Rodenburg, is per 21 mei 2012 verhuisd naar Prins Bernhardlaan 3a in Voorburg. Vanuit deze nieuwe, ruime locatie voorziet Excent Haaglanden de compleet westelijke regio van Zuid-Holland van tandtechniek en meer.

Het nieuwe Excent Haaglanden bevat naast het tandtechnische laboratorium maar liefst drie behandelkamers voor KPT’ers en kleurbepalingen op afspraak. Verder is de productiecapaciteit flink verbeterd. Vestigingsmanager Edwin Maat licht toe: “Bij Excent Haaglanden combineren we techniek met hospitality. Natuurlijk, we zijn een laboratorium, maar we kunnen hier op een goede manier tandarts én patiënt ontvangen. Daarmee is onze service enorm uitgebreid.”

Ruimte

Maat vertelt dat de verhuizing van Den Haag naar Voorburg noodzakelijk was. “Toen we met Tandtechnisch laboratorium Rodenburg in Den Haag begonnen, waren we met zeven man. Inmiddels zijn dat er 26 en bleek de locatie in Den Haag te klein voor de diensten die wij willen bieden. Nu hebben we de ruimte om doorverwijzers en productieopdrachten te verwerken.”

casino apps mit echtgeld einzahlen

Maatwerk

Excent Haaglanden is een regiolab, dat voor de productie van tandtechnische restauraties zorgt voor de gehele regio. Hiermee garandeert Excent Tandtechniek de landelijke dekking. Excent directeur Hidde Hoeve: “Ons netwerk van bijna dertig samenwerkende tandtechnische laboratoria strekt zich uit tot in België. Door die samenwerking kunnen we iedere tandarts zo goed mogelijk voorzien van onze maatwerkoplossingen en consultancy.”

 

Vrijdag 21 september 2012 opent Excent Haaglanden officieel haar deuren voor het publiek. Tandartsen zijn van harte welkom om kennis te maken.

www.excent.eu

 

Even ten zuidwesten van Antwerpen ligt Temse. Hier is het meest geavanceerde tandtechnische laboratorium van België gevestigd: Intradent Dental Labo BVBA. Dit lab, dat in 1981 werd opgericht door Dirk Van Assche en Philippe Van de Kerkhove, is sinds 2012 onderdeel van Excent. Nu levert Intradent een overgroot deel van het digitale framewerk in Nederland én België.

Intradent Dental Labo is tegenwoordig één van de grootste tandtechnische laboratoria in België, maar het begon allemaal in een bescheiden appartementje. Dirk Van Assche studeerde tandtechniek in Brussel.

Tijdens Excellent porseleinwerk leveren we met de glimlach!
zijn stage in Duitsland kwam hij in contact met zijn medestudent Philippe Van de Kerkhove. “Hij studeerde ook voor tandtechnicus en we hadden beide een stageplaats in Duitsland. Enfin, we dronken samen een pintje in Aken en raakten aan de praat. Zo ontstond het idee om samen een laboratorium te beginnen.

Dat was het begin van Intradent Dental Labo in januari 1981.” Toen de stages in Duitsland afliepen moesten Dirk en Philippe hun dienst- plicht vervullen. “Ik ging in burgerdienst terwijl Philippe voor het leger koos,” vertelt Dirk. “Tijdens onze diensttijd zijn we gestart met de opbouw van Intradent. We hadden ons labo in Sint-Niklaas waar we elke avond tandprotheses maakten. Philippe’s ouders reden toen het werk rond. Pas vanaf de zomer 1981 konden we ons volledig op het lab concentreren.”

Gecertificeerd
In korte tijd groeide het lab van een tweemans- zaak naar een bezetting van 18 medewerkers. “Hier in het Land van Waas, het oosten van Vlaanderen, waren slechts een paar tandtech- nische labo’s. Het aanbod was dus groot, maar we opereerden nog steeds vanuit een woonwijk, met beperkte uitbreidingsmogelijkheden. In 1990 zijn we dan ook verhuisd naar een nieuw pand.” Gezien er inmiddels 24 medewerkers waren, besloten Dirk en Philippe hun bedrijf op te delen in afdelingen. Dirk: “We waren al die tijd bezig geweest met ons werk, niet met de organisatie erachter. In de jaren negentig wilden we ISO 9001 certificering verkrijgen en we hebben dat traject gebruikt om de organisatie op orde te krijgen.” Niet veel later begon de technische revolutie en deed de PC haar intrede in de tandtechniek. “De digitaliseringslag hebben wij zeker niet gemist. We hadden inmiddels meer dan veertig medewerkers en konden wederom verhuizen, dit keer naar het huidige pand in Temse. Die verhuizing hebben wij direct aangepakt om digitale CAD-CAM toepassingen op te nemen in onze workflow.”

 


Digitaal framewerk
Intradent telt nu 54 medewerkers. Het bedrijf is verdeeld in vier afdelingen: gipswerk, prothese- werk, kroon- & brugwerk & implantologie en framewerk. Dirk Van Assche licht toe: “Normaal zit het framewerk bij de protheses, maar wij leveren dermate veel frames dat we er een aparte afdeling van hebben gemaakt. We maken immers al 27 jaar frames voor de Nederlandse markt.” Dat is direct de link met Excent Tandtechniek, vertelt hij.
“Het overgrote deel van onze frames is momen- teel Excent-gerelateerd. Wij volgen de techno- logische ontwikkelingen op de voet en die gaan bijzonder hard. Frames kunnen digitaal gefabriceerd worden, het zogenaamde drie- dimensionaal printen, waarbij het metaal rechtstreeks via een laser wordt opgebouwd. DDM oftewel Direct Digital Manufacturing is mogelijk dankzij CAD-CAM. Wij hebben geïnvesteerd in open systemen die kunnen communiceren met verschillende hardware en software toepassingen. Zo kunnen we blijven doorontwikkelen naar de meest optimale manier voor het produceren van frames, maar ook zirkonium, abutments en kroon- en brugwerk.”

Kwalitatieve kennispartner
De techniek op de best mogelijke manier toe- passen, daar gaat het bij Intradent om. “Kwaliteit boven kwantiteit. Natuurlijk kan het soms goedkoper, maar vaak heeft dat een negatieve impact op het eindproduct. En wij houden ook rekening met de toekomst. Onbeperkt gebruik van grondstoffen en energie heeft ervoor gezorgd dat wij veel verkwist hebben voor de volgende generaties. Digitaal werken is onze manier om ‘groener’ bezig te zijn en wordt op de duur de beste en enige manier van tandtechniek. Daarnaast moet het eindproduct heel goed zijn. Wij moeten de tandheelkundigen daarover informeren zodat zij de juiste keuze voor de patiënt maken.” Om tandartsen voor te lichten heeft Intradent een eigen educatieprogramma. “Goed vergelijkbaar met de Excent Educa Club”, zegt Dirk Van Assche. “Kijk, wij zijn voor de tandarts het tandtechnisch baken, we moeten onze kennis met elkaar delen. Voor onze Neder- landse collega’s zijn wij een kennispartner; ook zij overleggen met ons met betrekking tot tand- technische oplossingen. Daar ben ik fier op.”


Overname door Excent
Intradent Dental Labo is nu overgenomen door Excent. “We kennen de mensen van Excent al een tijd. We deden vroeger zaken met onder andere Hoeve Tandtechniek, Fraba Dental en TTL van der Bijl. In 2007 waren we al eens benaderd om toe te treden tot Excent. Dat kwam voor ons net te vroeg, want als directie deden we nog veel te veel tandtechniek zelf.
We waren de spil van het bedrijf, nog te weinig een zelfdragende organisatie om deel te worden van een groter geheel.” Toch zijn in 2011 de eerste stappen gezet en is de overname nu een feit. “We hebben het managementteam uitgebreid en de structuur anders ingericht. Zo heeft Bart Malfliet de verantwoordelijkheid voor financiën, personeel en organisatie; Maurice van Huët is verantwoordelijk voor facility management, logistiek, automatisering en inkoop. In de tand- technische organisatie is Leendert Van Dingenen de verantwoordelijke voor kroon- en brugwerk en implantologie; Gerda Van Ranst voor de frameafdeling en Stefan Dhondt voor de pro- theseafdeling.” Voor Dirk Van Assche een hele stap, maar wel een logische. “We hebben met alle medewerkers een sterk team staan om de tandartsen in België het mooiste werk met de beste service te leveren. We kijken als nieuw lid van de Excent-familie dan ook vol vertrouwen uit naar de toekomst.”

Kijk voor meer informatie over Intradent Dental Labo op www.intradent.be

Kleur en vorm … in de praktijk

M2 tandartsen behandelt geen monden, maar mensen

Er zijn twee tandartspraktijken in Nederland die een gooi doen naar de meest kleurrijke ontvangstruimte. De één bevindt zich in Oegstgeest, de ander in Voorburg. In deze twee praktijken van M2 tandartsen worden kleuren en vormen gebruikt om patiënten op hun gemak te stellen. Na de hotelachtige ontvangst volgt een hoogwaardige behandeling waarin aandacht voor de patiënt centraal staat.

Wanneer je de praktijk van M2 tandartsen in Oegstgeest binnen loopt, heb je als patiënt allerminst het gevoel van naar de tandarts gaan. Het lijkt er meer op dat je gaat inchecken bij een sterrenhotel. Het is de filosofie van oprichters Rolf van Mierlo en Jan de Minjer (M2) die in deze praktijk en die in Voorburg goed doorklinkt. “We behandelen hier mensen, geenmonden,” vertelt Anne-Gitte Hulshoff. Zij is tandarts in de maatschap van M2 tandartsen en verantwoordelijk voor een deel van de implantologie. “Dit begint inderdaad al bij de ontvangst. Wij hebben geen receptionisten achter de balie, maar twee hostesses die de patiëntenontvangen. Zij nemen in principe niet de telefoon op, dus hebben zij alle rust om patiënten op hun gemak te stellen en te verwijzen naar de juiste behandelkamer of de poetsruimte.”

Orchidee en Postduif

De behandelkamers in Oegstgeest bevinden zich aan een lange gang links en rechts van de ontvangstlounge. Tegenover iedere behandelkamer is een persoonlijke wachtruimte, waar privacy voorop staat. Iedere wachtruimte heeft een eigen flatscreen met informatie over de tandartspraktijk en de behandelingen.
De poetsruimte is gesitueerd in een opvallende krullende vorm tegenover de desk van de hostesses. De rondingen zijn aan de buitenkant voorzien van moodlight. Hierdoor verandert de poetsruimte op een sfeervolle manier van kleur. Het folderrek heeft de ronde vorm van een straatkiosk. In de hele praktijk is het bloementhema ‘orchideeën’ doorgevoerd, zowel op de wanden bij de wachtruimtes als in de backoffice bij de sterilisatie. Anne-Gitte: “Deze praktijk ligt in de Bloemenbuurt in Oegstgeest. Dit nieuwbouwproject heette de orchidee.
Het thema past helemaal bij onze kleurrijke ideeën van een praktijk vormgeven. Bovendien hebben we in dit project de vrijheid gekregen om de praktijk helemaal naar onze eigen ideeën in te richten.” In Voorburg is de praktijk van M2 tandartsen gevestigd in het monumentale voormalige postkantoor. Anne-Gitte: “Een hele andere situatie, maar zeker niet minder sfeervol. Dat pand noemen we de Postduif. In die praktijk overheerst het thema ‘luchten en vluchten’, dus veel blauwe en grijze tinten, afgewisseld met wolken en vleugels. Ook daar hebben we een ontvangstruimte met hostesses en dezelfde poetsruimte met moodlight.”

Plafondprojecties
Minstens zo interessant als de ontvangstruimte is de vorm en kleur van de backoffice van beide praktijken. Achter de behandelkamers in Oegstgeest bevindt zich de opvallende groene en halfronde sterilisatieruimte. Links daarvan de personeelsruimte met paars-roze kleedruimtes, groene en oranje stoelen en gele krukjes. Rechts van de sterilisatie is de kantoorruimte met groen- en blauwgestreepte muren en orchideeën op de ramen. “Vanaf de backoffice zijn alle behandelkamers via twee deuren te bereiken. Dit is onderdeel van onze workflow, want de tandarts is niet altijd aanwezig. De assistente verzorgt de patiënt voor het grootste gedeelte en hoeft daarvoor niet de behandelkamer te verlaten. Via luiken voeren we trays met schone of gebruikte instrumenten af en aan. Zelfs de vuilnisbakken kunnen we vanaf de backoffice legen; de patiënt merkt dus niet wat er allemaal gebeurt. In de behandelkamers zelf heerst rust. Het zijn de enige witte ruimtes in dit pand. Maar daardoor niet saai, want op ieder plafond hebben we verschillende projecties.” Ook in Voorburg is dit concept doorgevoerd. “Daar hebben we één behandelkamer met een witte maquette van Voorburg aan het plafond hangen. Onze praktijk is met zilver aangegeven.”

Esthetische tandtechniek
Net als een echt sterrenhotel heeft M2 tandartsen ook aangepaste openingstijden. “Veertien uur per dag kunnen patiënten bij ons terecht. We werken met 85 tandheelkundige professionals en zijn van 7.00 uur ’s ochtends tot 21.00 uur ’s avonds geopend. We werken volgens het Prism systeem, waarbij handelingen gedelegeerd worden. Zo zijn we in staat om iedere patiënt een hoogwaardige behandeling te geven.” Naast de algemene tandartspraktijk zijn er twee tandtechnische laboratoria in ontwikkeling bij M2 tandartsen. Joost Jorna van Excent Tandtechniek licht toe: “Excent opent de Dental Design Studio in Oegstgeest, naast de tandartspraktijk van M2 tandartsen. Dit tandtechnisch laboratorium is voor alle regionale Excent klanten. Ter plaatse kan esthetisch werk met de patiënt erbij worden gerealiseerd. Een zeer kundige porseleintechnicus, een zogenaamde KRT (klinisch restauratief tandtechnicus), zal op deze locatie met de patiënt het kroon en brugwerk op maat perfectioneren. Hij zorgt in overleg met de patiënt voor één of meerdere kronen met de optimale vorm en kleur. Op de eerste verdieping van het pand in Voorburg zullen wij een regionaal Excent laboratorium openen: Excent Tandtechniek Haaglanden. Dit lab is bedoeld voor alle regionale klanten van Excent. Voor ons een heel prettige naburige samenwerking.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kijk voor meer informatie over M2 tandartsen
op www.m2tandartsen.nl. Voor meer informatie
over de Excent Dental Design Studio’s zie
www.dentaldesignstudio.nl.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omgeving bepaalt kleur en vorm

Wanneer in de tandtechniek over kleur wordt gepraat, ontstaat er makkelijk spraakverwarring. Er worden dan begrippen als ‘hue’ en ‘value’ gebruikt zonder dat de sprekers exact van elkaar weten of zij hetzelfde bedoelen. Gerard van de Wal van Dental Design Studio Grou, onderdeel van Excent Tandtechniek, gebruikt deze termen dan ook niet vaak. Hij heeft het liever over zonniger kleuren, de compactheid ervan en een tikje warmer van tint.
Door: J.M. Kreijns, tandarts

Van der Wal is met zijn Dental Design Studio in het pittoreske Grou gevestigd. Sinds ongeveer vier jaar werkt ook zijn zoon mee in dit kleine tandtechnische laboratorium dat zich richt op de topesthetiek. Om dit te kunnen bereiken wordt er veel tijd en aandacht aan de patiënt besteed. Ook Van der Wal weet dat de patient bij de tandtechnicus veel makkelijker dan bij de tandarts praat over zijn motieven om esthetische restauraties te laten vervaardigen en wat zijn verwachting is. Hierdoor kan Van der Wal als tandtechnicus open staan voor de eigen inbreng van de patient.

Kleur is licht
Kleur moet je zelf beleven, is de stelling van Dental Design Studio. Daarom wordt in Grou de kleur van een kroon of facing altijd door de tandtechnicus zelf bepaald. Ook al kan de tandarts de tandtechnicus met behulp van foto’s met de mee gefotografeerde kleurstaal goed informeren, toch is het nodig dat de tand- technicus zelf de patient ziet. Niet alleen om diens wensen en overwegingen te vernemen, maar ook om de driedimensionale aspecten van de kleur te kunnen ervaren. Die ervaring wordt beïnvloed door het omgevingslicht. Daarom gebruikt Van der Wal voor de kleur- bepaling altijd een daglichtlamp. Het grote voordeel van zo’n lamp zonder ultraviolet licht is dat het continu is, dat wil zeggen altijd hetzelfde licht geeft. Onafhankelijk van de kledingkleur van de patiënt, van de lippenstift die zij op heeft en van de sfeer van het buitenlicht. Het daglicht dat van buiten komt is aller- minst continu en dus ongeschikt om de kleur bij te bepalen. Een tweede voordeel van de daglichtlamp is dat je niet wordt gehinderd door de schaduw van de bovenlip.

Kleur is overeenkomst
De kunstelementen van de kleurstalen die Van der Wal gebruikt, past hij aan. Hij slijpt het donkere cervicale deel ervan af omdat die donkere cervicale kleur a.h.w. het element intrekt en het hele element donkerder maakt. Hij gebruikt trouwens de bekende kleursleutel Vita Classic met de 16 kleuren en combineert deze met de 3D Master, ook van Vita. Om zich niet door het metalen pootje van de kunstelementen te laten afleiden, plaatst hij de kunstelementen in een houder waarmee de gingiva wordt nagebootst. Met de geselecteerde kleur in deze houder naast de elementen van de patient worden diverse foto’s gemaakt. DDS Grou maakt sowieso veel gebruik van fotografie. De tandartsen die met dit gespecialiseerde lab werken, mailen eerst een foto van de beginsituatie en een foto van de preparatie(s). Hierdoor weet Van der Wal al voordat de patient bij hem komt, hoe de mondsituatie is en of bijvoorbeeld verkleurde avitale stompen gemaskeerd moeten worden. Hijzelf maakt eerst foto’s met de tijdelijke restauraties en dus ook met de geselecteerde kleurstalen, waarbij hij oplet dat de kleurstaal zo goed mogelijk dezelfde afstand heeft tot de camera als de natuurlijke elementen. Op die foto’s is dan goed te zien welke kleur het meest overeenkomt met de elementen. Exact hetzelfde is de kleur nooit. Dat hoeft ook niet altijd. Als de twee centralen gekroond moeten worden, is het voor het esthetisch beeld veelal te prefereren dat de kleur van deze elementen niet exact hetzelfde is als die van de lateralen.

Kleur is natuurlijke symmetrie
Aldus bepaalt de omgeving van de restauraties de kleur en ook de vorm. In het voorbeeld van de patiënt met een nieuwe kroon op de 21 is dat evident. Anders dan wel eens wordt beweerd, is volgens Van der Wal een kroon in het boven- front niet zo’n moeilijke opgave. De vorm en de kleur liggen dan namelijk vrijwel vast.
Je hoeft alleen een spiegelbeeld van het corresponderende element aan de andere kant te maken (afb. 1a en 1b). Hierbij hoeft niet de perfecte symmetrie te worden nagestreefd. Dat concept los te laten, vond Van de Wal wel moeilijk. De ervaring heeft hem geleerd dat natuurlijke symmetrie tot een fraaier resultaat leidt. Met natuurlijke symmetrie bedoelt hij dat bijvoorbeeld de kroon op de 21 net iets afwijkt van de natuurlijke 11, maar er toch hetzelfde uitziet (afb. 1c). Desondanks komt het wel voor dat hij zelf erg tevreden is over een natuurlijk symmetrische kroon, maar dat de patient het kleine verschil opmerkt en niet accepteert.
Want ook de patient heeft moeite om het concept van de perfecte symmetrie los te laten. In zo’n geval wordt in Grou de wens van de patient gevolgd, want het adagium van DDS is dat de patiënt centraal staat.

Kleur is de wens van de patiënt
Vanuit dat adagium wordt er vaak voor gekozen om in het cervicale gebied van een of meerdere kronen geen wortelvorm of wortelkleur na te bootsen. Ook niet als bij de buurelementen wel enige recessie of wortelkleur zichtbaar is (afb. 2a en 2b). De patiënt is er namelijk niet van gecharmeerd als door een insnoering of een donkere kleur iets van een recessie wordt gesuggereerd. De vorm van de kronen laat Van der Wal dan zonder insnoering tot aan de gingiva doorlopen. Wel gaat hij wat betreft de kleurstelling cervicaal voor iets zonniger tinten die een warme uitstraling hebben (afb. 2c). Wanneer twee centrale gemaakt moeten worden, heb je als tandtechnicus wat meer vrijheid in vorm en stand. Het kan bijvoorbeeld gewenst zijn om de kronen een hele geringe rotatie mee te geven, bijvoorbeeld om te voorkomen dat op het contactvlak met de lateralen de indruk van een diasteem ontstaat (afb. 2d en 2e). Door deze iets geroteerde stand wordt het doel bereikt waar DDS Grou te allen tijde naar streeft: een zo natuurlijk mogelijke uitstraling te creëren, altijd in overleg met de patiënt.

Kleur en functie
Waar de patiënt geen kijk op heeft en ook geen benul van heeft, is de functie. Voor de patiënt geldt ‘goed is mooi’, zonder zich te realiseren dat mooi soms niet goed voor de krachten- verdeling is. Van der Wal geeft het voorbeeld van een patient met een negatieve lachlijn. Deze esthetisch minder fraaie situatie is in zijn voorbeeld mede ontstaan doordat de patiënt knarst. Toch wil hij een positieve lachlijn. Hiervoor moeten de bovenincisieven en vooral de centralen langer worden gemaakt.

Aan deze wens wordt tegemoet gekomen, maar met de uitdrukkelijke aanbeveling om met een night-guard de nieuwe kronen tegen knars- krachten te beschermen. Zoals zo vaak belandt de night-guard op het nachtkastje en wordt de patiënt op een kwade ochtend wakker met een stukje porselein dat duidelijk zichtbaar van een van de centralen is afgechipt. Deze chipping is niet zozeer te wijten aan de veronderstelling dat aan de esthetiek meer waarde is toegekend dan aan de functie, maar aan het feit dat de patiënt de instructies van tandtechnicus en tandarts naast zich heeft neergelegd.

Vormgeving van de embrasures
De esthetiek en de functie hoeven elkaar echter niet te bijten. De derde casus over ‘oude’ restauraties die niet meer voldoen, illustreert dit. Een patiënt heeft in het verleden twee kronen laten plaatsen op de 12 en 11 (afb. 3a). Met de noodkroon op de 21 komt hij bij DDS Grou om de kleur te bepalen voor de geplande kroon op dit element. Omdat door de informele sfeer tijdens de kleurbepaling de patiënt zijn wensen makkelijk uit, blijkt al snel dat de patiënt die oude kronen niet meer waardeert en op een later tijdstip wil laten vervangen. Hij krijgt het advies om de 11 en 12 gelijktijdig met de 21 te laten behandelen. Omdat de patiënt wel begrijpt dat dit beter is voor de kleur, de standen de vorm, wordt dit advies door hem ter harte genomen. De drie frontelementen worden gelijktijdig van nieuwe kronen voorzien. De incisale embrasures tussen de 12 en de 11 rechts en tussen de 21 en de 22 links zijn fraai vormgegeven en zijn tevens belangrijk voor een goede functie in het kauwproces. Door deze embrasures kan het te kauwen voedsel bij wijze van spreken ‘weglopen’, waardoor de krachten op de lateralen niet te groot worden.  Zoals bekend is de kans op fractuur van esthetische restauraties bij de laterale boven- incisieven het grootst. Dit komt omdat bij de zijwaartse beweging van de onderkaak het palatinale vlak van de centralen zorgt voor een vloeiende beweging, tenminste als dat correct is vormgegeven. Zo niet, dan wordt de esthetische restauratie op de lateralen te zwaar belast met kans op chipping of fractuur.

Preventief cementeren
Dental Design Studio Grou benadrukt dat ook het adhesief cementeren van frontkronen en van facings zorgvuldige aandacht van de tandarts verdient. Nog te vaak is het vermoeden dat het adhesief cementeren niet volgens de voor- schriften van de fabrikant gebeurt. Ook bij het etsen van de restauratie voorafgaand aan het plaatsen, wordt niet altijd de nodige zorgvuldig-heid in acht genomen. Van der Wal vindt dat een werkstuk waarin de patiënt en de tand- technicus uren hebben geinvesteerd, niet door de tandarts in vijf minuten kan worden geplaatst. Dan weet je bijna zeker dat er geen adhesie tussen restauratie en element is bewerkstelligd en dat de kans op fractuur groot is. Bovendien wordt bij al te snelle cementering ook de nauw- gezette selectie van de passende cementkleur veronachtzaamd. Net zoals zijn collega’s biedt DDS Grou de tandartsen aan om een geschikte cementeerset te huren, zodat het tandtechnisch lab er zeker van is dat in ieder geval de juiste materialen worden gebruikt. Nu met de vrije tarieven de tandartsen de mogelijkheid hebben om de tijd die een goede cementeerprocedure kost, in hun tarief voor de kroon te verwerken, is er geen financieel excuus meer om een restauratie niet volgens de voorschriften zorg-vuldig en daarmee preventief te cementeren.
Door de tijd en aandacht die in Grou aan de restauraties worden besteed, is de prijs van deze restauraties hoger dan gemiddeld. In dit verband is het opmerkelijk dat het vaak de tandarts is die de keuze maakt om een kroon in de Excellent-, Classic- of Selectlijn te indiceren. Die keuze zou de patiënt zelf ook kunnen maken. Als die heeft ervaren hoeveel aandacht en tijd het vereist om een restauratie met een natuurlijke uitstraling te maken, snapt de patient dat zo’n restauratie meer kost dan een kroon uit de Excent Selectlijn. Laat de patiënt zelf ervaren dat de juiste kleur, vorm en stand alleen zijn te bereiken met aandacht en vakmanschap.

Foto’s en nieuwe werkstukken: Gerard van der Wal, Dental Design Studio www.dentaldesignstudio.nl

Door R. de Kooker.

Excent Quality System en ISO 9001 certificering zorgen voor waarborging.

Excent Tandtechniek biedt tandheelkundigen meer dan alleen kwalitatief hoogwaardige
restauraties.
Klantgerichte oplossingen zoals goede digitale werkstukregistraties en
de traceerbaarheid van restauraties is te vinden bij de bijna dertig Excent laboratoria.
Op kennisgebied dragen de bijeenkomsten van de Excent Educa Club – vaak goed voor
meerdere KRT-punten – een steentje bij.

Ook intern bij Excent zijn er opleidingstrajecten en duidelijk gestructureerde processen.
Officemanager Maria Schmeets van het Excent Service Center in Gouda licht deze processen toe:
 “Onze werkwijze staat geregistreerd in het Excent Quality System (EQS).
Dit is om te waarborgen dat bij alle Excent vestigingen volgens dezelfde
procedures wordt gewerkt. Zo klinkt onze missie ‘helpende handen voor mooie tanden’
overal door, zowel op managementniveau als bij marketing, communicatie, inkoop en in onze
uitvoerende tandtechnische taken.” Om kwaliteit te waarborgen draait het EQS om het
‘Wiel van succes’. Hierin staan de waarden van Excent uiteengezet. Klantgericht werken is
daarbij een speerpunt. Maria: “In mei van dit jaar zullen we een klanttevredenheidsonderzoek
uitvoeren. Een belangrijk moment om van onze klanten en relaties te horen waar we onszelf
kunnen verbeteren.

ISO 9001 gecertificeerd
Excent werkt met het oog op de toekomst,zeker nu de digitalisering en de CAD/CAM
ontwikkelingen elkaar in rap tempo opvolgen. “Zaken die gecentraliseerd geregeld kunnen
worden, doen we vanuit het Excent Service Center in Gouda.
Natuurlijk is iedere vestiging zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werk
dat zij met zorg maken voor hun klanten.
Zij zorgen voor goede ingangs- en uitgangscontrole. Voordat men start met een werkstuk
wordt gecheckt of alle informatie compleet is om de opdracht goed te kunnen uitvoeren. Is het
werkstuk klaar dan wordt door de eindcontroleur in het laboratorium bekeken of het werkstuk
ook aan de wensen en instructies voldoet.
Deze eindcontrole waarborgt de constante kwaliteit van alle tandtechnische werkstukken waar de
tandarts en patiënt recht op heeft.”
Inmiddels is het EQS getoetst aan de kwaliteitsmanagementeisen van de NEN-EN-ISO 9001 certificering.
Hiertoe heeft de  onafhankelijke certificering instantie TÜV Nederland begin februari bij het
Excent Service Center en de Excent laboratoria een audit gedaan.
Excent Tandtechniek mag zich nu officieel ISO 9001 gecertificeerd noemen. Door deze
internationale erkenning kunnen alle relaties van Excent er vanuit gaan dat er niet alleen gesproken
wordt over kwaliteit, maar dat er ook kwaliteit geleverd wordt.

Door: R. de Kooker en D. Schaap

Het vervaardigen van prothetische werkstukken gebeurt al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw met polymethylmethacrylaat (PMMA). Maar door de ontwikkeling en verdergaande toepassing van lichaamsvreemde materialen in tandheelkunde en tandtechnische materialen, lijkt het aantal allergische reacties toe te nemen. Een mooi alternatief voor PMMA is het werken met thermoplastische kunststof.

“Vooral oudere collega’s in de tandheelkunde en tandtechniek zullen ze nog wel kennen: de moeizaam geproduceerde gevulkaniseerde rubberen protheses. De opkomst van PMMA vervaardigde protheses was dan ook een verademing”, vertelt Rob Markus, Kwaliteitsmanager Tandtechniek bij Excent. “De kwaliteiten van een PMMA werkstuk waren superieur ten opzichte van de rubberen prothese. Maar ondanks de razendsnelle
ontwikkelingen op het gebied van kunststoffen wordt na zestig jaar het merendeel van de gebitsprotheses nog steeds geproduceerd met producten gebaseerd op een tweecomponenten MMA-PMMA systeem. Het enige verschil met de vorige eeuw is dat het gieten van werkstukken nu de standaard is, waar eerst nog alles geperst werd.”

Allergische reacties
Patiënten met gevoeligheid voor lichaamsvreemde materialen vertonen meer en meer allergische reacties op partiële en volledige PMMA vervaardigde gebitsprotheses. “Het is zaak om voor die situaties op zoek te gaan naar alternatieve technieken. In de afgelopen veertig jaar zijn onder andere lichtuithardende pastasystemen tot magnetronpolymerisatie en van gesloten injectietechniek tot thermoplastische systemen de revue gepasseerd. Vooral die laatste techniek kent vele varianten en mogelijkheden, maar vanwege het flexibele karakter en vaak slechte uitziende kwaliteit van de materialen zijn thermoplastische systemen nooit echt  
“populair geworden in Europa. Terwijl het aantal allergische reacties op thermoplasten aanzienlijk minder is.”

Thermoplasten
Thermoplasten zijn polymeren die door temperatuurverhoging reversibel vloeibaar worden gemaakt. Door thermoplasten in gesmolten toestand in een vorm te brengen, kunnen deze gefixeerd worden na afkoeling.
Rob Markus: “Thermoplasten zijn volledig vrij van restmonomeren, versnellersystemen en stabilisatoren. Bovendien hebben thermoplastische producten altijd een homogene samenstelling en is het consistent tijdens de
verwerking. Daarnaast vormen thermoplastische materialen geen belasting voor de verwerker, wat wel zo prettig is.” De meest gebruikte thermoplastische producten zijn gebaseerd op polyamide. “Polyamiden kenmerken
zich door hun flexibiliteit, taaiheid, hoge breuksterkste, transparantie en hitte en chemische bestendigheid. Zo bieden producten zoals Vertex ThermoSens een uitstekend alternatief voor patienten met een gevoeligheid voor PMMA.”

Excent Tandtechniek Het Groene Hart (voorheen Stolwijk en Gouda) heeft kennis, kunde en materialen in huis om prothetische werkstukken om te zetten in thermoplastische kunststof.
Neem voor vragen over kosten en levertijden van ThermoSens contact op met Ruud Tomberge, bel 0182-519533 of mail r.tomberge@excent.eu.

Abstract : Lezing Francesca Vailati
Door: Drs. E.J.M.A. Royakkers

Erosie kan gedefinieerd worden als het verlies van oppervlakte, veroorzaakt door een chemisch proces van een niet-bacteriële afkomst, meestal gepaard gaande met zuurinwerking.
Als oorzaak spelen intrinsieke factoren hierbij een grote rol zoals vomeren, slokdarm problemen en veelvuldig drinken van zuurhoudende drankjes zoals Coca-cola en energy drinks.


Steeds vaker worden wij als tandarts geconfronteerd met excessieve erosie op jonge leeftijd. Een van de belangrijkste zaken is dit fenomeen op tijd te herkennen en preventieve maatregelen te treffen. Een van de eerste kenmerken van deze aandoening is het verdwijnen van het cingulum van de centrale incisieven, gevolgd door verdere erosie van de dorsale elementen ensupra-eruptie van het front met het ontstaan van een gummy-smile.
In het verleden werden deze casussen vaak opgelost met behulp van multiple endodontische behandelingen, beetverhoging en veel kroon- en brugwerk. Nadeel was het opofferen van veel gezond tandweefsel en voor de vaak jonge patiënt financieel geen haalbare kaart.
Francesca Vailati stelde tijdens haar voordracht een drie stappenplan voor om dit probleem op te lossen via adhesieve techniek en nauwe samenwerking met het laboratorium.

STAP 1 : Aan de hand van studiemodellen wordt eerst het front met
behulp van een wax-up in een ideale positie gebracht. Deze situatie wordt via een silicoonmal en Protemp of Telio overgebracht naar de mond. Depatiënt kan nu de nieuwe situatie beoordelen waarbij de incisale lengte bepalend is.

STAP 2 : De wax-up wordt in het laboratorium uitgebreid naar de dorsale delen en de verticale dimensie ervan wordt verhoogd. Deze nieuwe situatie wordt weer
naar de mond overgebracht via transparante silicoonmallen en verwarmde composiet welke onder cofferdam wordt aangebracht.Deze composiet wordt alleen geappliceerd op de eerste molaren en de premolaren.

STAP 3 : Het maken van palatinale veneers om zo het front weer in de juiste lengte te brengen. In deze stap kan je gemakkelijk nog aanpassing aanbrengen. In een later stadium kunnen porseleinen veneers aangebracht worden in het front met behulp van de sandwichtechniek. De dorsale delen verzorgen we met hulp van onlays uit veldspaat of e-max.

Voordelen van deze techniek is het non-invasieve karakter, waarbij in veel gevallen geen preparatie nodig is. Het vermijden van meerdere endodontische behandelingen is voor veel patiënten een financieel haalbare kaart. Indien men voor deze behandeling het probleem in z’n totaliteit goed wil aanpakken, is het te vergelijken met het bespannen van een tennisracket: als één snaar niet goed gespannen is, kan men niet spelen.

Literatuur:
Classification and Treatment of the Anterior Maxillary Dentition Affected by
Dental Erosion: The ACE Classification
Francesca Vailati
Urs Christopher BelzerUrs Christopher Belzer

Adhäsiv befestigte Full-Mouth-Rehabilitation einer stark erodiertenDentition; Die Three-Step-TechnikTeil 1, 2, 3 Francesca Vailati

Alle artikelen gepubliceerd in The European Journal of Esthetic Dentistry

Drs. Eric Jan Royakkers is als tandarts werkzaam in zijn praktijk Royakkers Tandheelkunde in Maastricht en verzorgt als gastdocent lezingen voor de Excent Educa Club 2011

De tandheelkundige wereld staat aan de vooravond van een revolutie. Met ingang van 1 januari 2012 gelden als experiment voor de duur van maximaal drie jaren vrije tarieven, met de mogelijkheid van een verlenging van twee jaren. Voor tandartsen, mondhygiënisten, orthodontisten en tandprothetici betekent dit meer dan alleen prijzen bepalen. Kwaliteit waarborgen en het communiceren van tarieven in de praktijk is belangrijker dan ooit om patiënten te behouden.
 
“De vrije tarievenmarkt vraagt om onderscheidend vermogen. Om te kunnen concurreren met andere tandheelkundigen komen ineens nieuwe aspecten van bedrijfsvoering aan het licht, zoals scherpe inkoop en duidelijke marketingcommunicatie.” Aldus Hidde Hoeve, algemeen directeur van Excent Tandtechniek. “Met Excent spelen we hierop in met het 3-lijnenconcept; een keuzeconcept voor tandtechnische restauraties. Hierdoor kunnen tandartsen tegen vrijwel ieder budget tandtechnische oplossingen inkopen. Tegen de optimale prijs/kwaliteit verhouding die u van Excent gewend bent.”

Dentity: marketing in de praktijk
Naast het 3-lijnenconcept heeft Excent nog een ijzer in het vuur als het gaat om de veranderingen in de markt van de mondzorg. Samen met reclame/communicatiebureau Verheul Communicatie uit Alphen aan den Rijn biedt Excent een marketingcommunicatie concept voor tandartspraktijken: Dentity. Hidde Hoeve: “Dentity is marketing in de praktijk. In vier stappen helpen we tandartspraktijken naar een succesvolle marketingstrategie, waarmee u uiteraard voldoet aan de wettelijke eisen rondom de vrije prijsvorming.” Zo is het vanaf 1 januari 2012 verplicht voor tandartspraktijken om een prestatielijst van tandheelkundige behandelingen met prijslijst duidelijk op de praktijkwebsite en in de praktijk te communiceren. “Het gaat om duidelijke communicatie, begrijpelijke offertes en facturen, patiënten voorafgaand aan en na afloop van behandelingen informeren. Dentity helpt tandartspraktijken aan de wettelijke eisen te voldoen en meer: met een sterke communicatiestrategie kunt u uw praktijk positioneren een duidelijke boodschap afgeven waarom patiënten, behalve voor de scherpe tarieven, nog steeds voor uw praktijk moeten kiezen.”

Wilt u meer weten over de vrije tarieven in de mondzorg en wat Excent voor u kan betekenen?
Bezoek www.excent.eu/3-lijnenconcept of
ga naar www.dentity.nl

‘Ideaal bij ruimtegebrek, minder reparaties’

Bij het vervaardigen van een overkappingsprothese op natuurlijke elementen en/of implantaten zijn er vaak ruimte problemen ter hoogte van de attachments. Er moet dikwijls gekozen worden voor een ander attachment omdat anders het gevaar van breuk te groot is (Brewer en Morrow 1980). Een ander nadeel van te weinig ruimte is dat er afgewerkt moet worden met een dunne kunstharslaag, met het gevolg van doorschemeren van het attachment en later beuk van de kunsthars.

Problemen in het nazorgtraject beperken zich tot de attachments en de kunsthars. Overkappingsprothesen worden over het algemeen als dento-/implanto-mucosaal gedragen constructies gemaakt. Alle krachten die op de prothese worden uitgeoefend zullen daardoor op de mucosa en op de implantaten/natuurlijke elementen worden doorgevoerd. Genoemde problemen uiten zich met name in breuk of retentieverlies van de attachments en later in breuk van de kunsthars. Retentieverlies bij de attachments is relatief eenvoudig op te lossen bij de juiste keuze van het attachment in de juiste casus. Activeren van metalen clips en/op drukknoppen gaat relatief eenvoudig. Fracturen van attachments en breuk van de kunsthars liggen wat gecompliceerder. Allereerst gaan we ervan uit dat in een situatie waarbij er sprake is van breuk van attachment en breuk van kunsthars er andere oorzaken hieraan ten grondslag kunnen liggen. We laten deze buiten beschouwing, ervan uitgaande dat we hier te maken hebben met lege artis uitgevoerde behandeling en dat andere oplossingen zoals daar zijn rebasing of relining inmiddels zijn uitgevoerd.

Breuken
Breuk van de kunsthars is een veel voorkomend probleem met name bij de overkappingsprothese op natuurlijke elementen, als gevolg van te weinig intermaxillaire ruimte en/of een ‘te hoog’ vervaardigde suprastructuur. Bij een overkappingsprothese op implantaten zien we fractuur van de kunsthars met name distaal van de suprastructuren en/of linguaal in het onderfront. Vaak wordt daar een versterking aangebracht die moet voorkomen dat er breuk optreedt. Bij een overkappingsprothese op natuurlijke elementen is daar bijna helemaal geen ruimte meer voor en kiest men vaak voor het zeer dun uitwerken van de kunsthars om zo esthetisch nog een acceptabel resultaat te behalen (zie afbeelding). Juist op deze dun uitgewerkte plaatsen, omdat de huidige kunstharsen daarvoor niet geschikt zijn, breekt de prothese. Om dit soort problemen te voorkomen zou Vertex™ Implacryl een oplossing kunnen zijn. Uit de literatuur blijkt dat er diverse oplossingen zijn bedacht voor bovenstaande problemen. Er is geprobeerd deze problemen te voorkomen middels het maken van zachte bases in prothesen (Kiat-Amnuay et al, Journal of Prosthetic Dentistry 1999, Cain en Mitchell, International Journal of Oral and Maxillofacial Implants 1998). Er zijn ook nog wat andere behandelingen uitgevoerd om breuk van kunsthars te voorkomen. Er is zelfs gebruik gemaakt van een flexibele cast, zodat je met je kunsthars beter uit de voeten zou kunnen. (Boberick en Wyke, Journal of Prosthetic Dentistry 1999).

Regelmatige controle
Het nadeel van deze zachte basismaterialen in een overkappingsprothese is dat de zachte basis weer loslaat van de harde kunsthars. De buigzaamheid in dit materiaal van de zachte basis gaf het voordeel van het opvangen van de kauw- en andere krachten in de mond. De studie van Kiat-Amnuay gaf aan dat op siliconen gebaseerde bases meer retentief zijn dan de kunsthars-zachte-basismaterialen. Hetgeen inhoudt dat de voorkeur uitgaat naar gebruik van een siliconenbasis-kunsthars, als je kiest voor een zachte basis en om bovenstaande problematiek te vermijden. Echter, zoals gezegd, kwamen er weer andere problemen aan het licht of zijn er de bekende problemen met zachte-basis-materialen. Eén van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek van Walton en Ruse, gepubliceerd in het Journal of Prosthetic Dentistry in 1995, is dat problemen met kunsthars en suprastructuren bij overkappingsprothesen meer te verwachten zijn als gevolg van functionele of parafunctionele krachten dan het in- en uitnemen, op lange termijn gezien. Hetgeen inhoudt dat regelmatige controle van overkappingsprothesen op natuurlijke elementen, dan wel implantaten, absoluut noodzakelijk is. 

Stevig en toch flexibel
Een ander belangrijk aspect met het oog op de mandibulaire overkappingsprothese op implantaten is de deformatie van de mandibula. Een belangrijk onderzoek van Hobkirk et al, Journal of Prosthetic Dentistry 1998, geeft aan dat de mandibulaire deformatie een significante invloed heeft op de krachtendistributie in de overkappingsprothese, gerelateerd aan de abutments en de wortels en/of implantaten. Hetgeen inhoudt dat in het geval van een overkappingsprothese, die volledig uit kunsthars is vervaardigd en dentomucosaal wordt gedragen, er toch een vorm van flexibiliteit in de kunsthars aanwezig moet zijn om deze deformatie te kunnen pareren. Verder zijn er in de literatuur diverse onderzoeken gedaan naar stressdistributie op de metaalconstructie, vervaardigd met porselein en kunsthars. De conclusie die daaruit getrokken moet worden is dat het niet zozeer uitmaakt welk materiaal er gebruikt wordt met het oog op krachten op natuurlijke wortels en/of implantaten. Niet-significante verschillen worden daar gevonden, hetgeen verklaart waarom er niet altijd een versterking noodzakelijk is bij een overkappingsprothese. De overkapppingsprothese op implantaten kan vervaardigd worden met of zonder infrastructuur (zie afbeelding) met name drukknoppen, magneten en staaf/hulsconstructies hebben vaak een ruimteprobleem. Dit kan opgelost worden met een steviger materiaal wat toch enige flexibiliteit heeft: Vertex™ Implacryl.

VERTEX™ IMPLACRYL
Vertex Implacryl is een extra sterke kunststof ontwikkeld voor de vervaardiging van volledige en partiële gebitsprothesen, en met name voor implantaatgedragen gebitsprothesen. Aan de kunststof van deze gebitsprothesen worden hogere eisen gesteld door de dunne en dus vaak zwakke plekken rondom het implantaat of attachment. Vertex™ Implacryl is een high impact materiaal met een slagvastheid die ruim 50% hoger ligt dan conventionele kunststoffen, waardoor de breukgevoeligheid enorm afneemt. Door de hogere sterkte van het materiaal neemt de noodzaak tot reparatie af. Vertex™ Implacryl in combinatie met Acrylic Stain geeft u de mogelijkheid om voor iedere patiënt een esthetische en verantwoorde gebitsprothese te vervaardigen. Vertex™ Implacryl is een cadmiumvrije kunststof en heetpolymeriserend.

Meer informatie?  

Bezoek de website http://www.vertex-dental.com

Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes