Header image

Materiaalkeuze in kroon- en brugwerk

Geschreven door Admin in Uncategorized

Duurzaamheid en esthetische en praktische eigenschappen

Met de ontwikkeling van volkeramiek lijkt het aanbod aan restauratiematerialen voor kroon- en brugwerk eindeloos. Elk materiaal heeft zijn sterke en zwakke punten en daarmee een eigen indicatiegebied. Paul de Kok geeft een korte uiteenzetting over de duurzaamheid en de esthetische en praktische eigenschappen van de materialen die tegenwoordig voor tandtechnische restauraties beschikbaar zijn.

cool cat casino mobile app android download

Ooit konden de eerste kronen enkel worden gemaakt van een voornamelijk uit goud bestaande metaallegering. Dat vervaardigingsproces is vandaag de dag maar weinig veranderd. Wat wel is veranderd, is de mens voor wie de kronen bestemd zijn. Diens vraag naar esthetische restauraties en de ontwikkelingen in de adhesieve tandheelkunde hebben ertoe geleid dat de gouden restauratie wat uit de gratie is geraakt. Dit terwijl de klinische ervaring leert dat gouden restauraties weinig problemen veroorzaken. Met een overlevingspercentage van 95 procent na 25 jaar lijkt goud op het gebied van duurzaamheid dan ook op eenzame hoogte te staan. Ook de antagonist heeft weinig van goud te vrezen. Want door zijn zachte materiaaleigenschappen doet het geen schade aan tegenoverliggend glazuur en is het tegelijkertijd zelf slijtvast. Goud heeft als nadeel dat het niet adhesief te cementeren is en dus weinig houvast haalt uit de hechting van cement. Dit betekent dat een preparatie voldoende retentie moet bieden, wat leidt tot meer weefselafname. De mogelijkheid om goud dun uit te werken kan de weefselafname daarentegen weer beperken.

Goudporselein

Door de beperkte esthetiek van goud werd er al snel gewerkt aan het verfraaien van de onnatuurlijke gouden restauraties tot een tandkleurige, sterke kroon. In eerste instantie werd dit gedaan door een venster in het buccale vlak van de kroon open te laten, om daar vervolgens een schildje van een prothesetand in aan te brengen. Later werd het pas mogelijk om het goud voorspelbaar op te bakken met opbakporselein, oftewel veldspaatkeramiek. Naarmate men meer controle kreeg over dit opbakproces konden kronen en bruggen volledig worden opgebakken en werd er een grote stap gezet in verbetering van de esthetiek. Veldspaatkeramiek is een materiaal dat weinig kracht kan weerstaan en daarom ook in een minimale, egale dikte moet worden opgebakken, met voldoende ondersteuning van de onder structuur. Dankzij de jarenlange ervaring met deze techniek kunnen met opgebakken metaal duurzame restauraties worden vervaardigd. Hoewel zirkonium de goudporseleinrestauraties naar de achtergrond heeft verdrongen, is er voor bruggen in het (pre)molaar gebied nog steeds een goede indicatie voor goudporselein, zeker bij een grote overspanning. De overleving van zirkonium bruggen overtreft namelijk nog niet die van goudporselein.
Ondanks deze verbetering, bleef ergernis bestaan over de opake metalen onderstructuur, die een weinig natuurlijke uitstraling heeft. Daarnaast steeg de goudprijs in de loop der jaren. Daarom zijn er vele pogingen ondernomen om duurzame, volledig keramische restauraties te maken. Deze pogingen hadden wisselend succes en het indicatiegebied bleef beperkt tot solitaire kronen in het front.
De grote doorbraak voor volkeramiek kwam met de opkomst van CAD/CAM-technieken. Doordat er nauwkeurig kon worden gefreesd en gesinterd, was het mogelijk om industriële, harde oxidekeramieken te verwerken in tandheelkundige restauraties. Hierdoor kon het donkere metaal worden vervangen door een onder structuur van het witte aluminiumoxide en later zirkoniumdioxide.

Aluminiumoxide

In 1998 werd aluminiumoxide op de Nederlandse markt geïntroduceerd, met als bekendste variant Procera Alumina van Nobel Biocare. Op dat moment was het de sterkst verkrijgbare keramische onderstructuur. De literatuur wijst uit dat dit materiaal voldoende sterkte biedt om op lange termijn een duurzame, betrouwbare restauratie te vormen. Na de komst van het sterkere zirkonium bleef aluminiumoxide populair, omdat het dunner uit te werken is, en translucenter is dan zirkonium. Daardoor ontstaat er een veel natuurlijker lichttransport door de kroon en is er met dit materiaal een fraaier eindresultaat haalbaar. In de loop der tijd werd het mogelijk om zirkonium dunner uit te werken. Sinds enkele jaren is het ook in verschillende kleuren en zelfs in verschillende translucenties verkrijgbaar. Deze ontwikkeling maakt dat aluminiumoxide minder vaak als restauratiemateriaal wordt gebruikt.

http://blog.excent.eu/betfair-mobile-casino-bonus-codes/

Het ‘witte staal’ zirkoniumdioxide is met afstand het sterkste keramische materiaal waar we in de tandheelkunde over beschikken. Omdat het erg opaak is en daar- door niet zo fraai, moet het alsnog met veldspaatkeramiek worden opgebakken. Dit is dan ook direct de achilleshiel van het materiaal. Want hoewel de literatuur goede klinische overlevingsresultaten laat zien van zowel zirkonium kronen als bruggen, blijken er meer problemen mee te ontstaan dan met goudporselein. Het voornaamste probleem is breuk van het opbakporselein op het zirkonium, het zogenoemde chipping. Dit probleem werd in de begintijd voor een deel veroorzaakt door gewenning van alle partijen die met dit nieuwe materiaal moesten werken. Door verkeerd gebruik van veldspaatkeramiek en oventemperaturen door tandtechnici en door te hoekige preparaties en gebruik van verouderde cementen door tandartsen, lagen de breukpercentages veel hoger dan bij het oude vertrouwde goudporselein. Ook de matige vormgeving van de zirkonium onderstructuur in de begin- tijd, leidde tot te weinig gelijkmatig ondersteund opbakporselein en dus tot meer chipping. De verwachting is echter dat met de huidige kennis van het materiaal, de duurzaamheid van zirkonium restauraties die van goudporselein restauraties weet te evenaren.

http://blog.excent.eu/online-gambling-european-law-blog-espn/

 

Volledig zirkonium

Om het probleem van chipping helemaal kwijt te raken, zijn sinds enkele jaren volledig zirkonium) restauraties verkrijgbaar. Een voorbeeld hiervan is http://blog.excent.eu/dolphin-slot-machine-big-win-casino/ van Excent Tandtechniek. Deze restauraties worden niet opgebakken en bestaan dus alleen uit het zeer sterke zirkonium. Omdat de esthetiek nog beperkt is, zijn deze kronen voornamelijk geschikt voor de zijdelingse delen waar de grootste occlusale krachten een rol spelen. De hardheid van dit materiaal kent natuurlijk ook zijn keerzijde. Langetermijnonderzoek zal moeten uitwijzen of dit materiaal de antagonisten onbeschadigd laat. Huidige laboratoriumonderzoeken tonen echter geen slijtage van de antagonist aan, zolang de kroon is afgeglansd in de oven en het opper- vlak goed gepolijst is. Het is dus belangrijk om hier rekening mee te houden, na eventueel inslijpen in de mond. Zowel aluminiumoxide als zirkoniumdioxide is vrijwel niet adhesief te cementeren, omdat de materialen niet kunnen worden geëtst. Een retentiehoudende preparatie is dus ook hier van belang. Deze restauraties zijn daarmee enkel in te zetten voor volledige omslijpingen, wat de weefselbesparing niet ten goede komt. Een voordeel van de oxidekeramieken is de biocompatibiliteit. Ten opzichte van metaal vindt er minder plaqueaccumulatie plaats, waardoor gingiva en mucosa een gezonder en daardoor rustiger, mooier aspect vertonen.

Glaskeramiek

Al voor de oxidekeramieken werd volop ontwikkeld in glaskeramiek. Omdat het percentage vuldeeltjes hoger is, is dit materiaal is een stuk sterker dan veldspaatkeramiek. Glaskeramiek kan worden geleverd als industrieel geperste blokjes om te frezen of als pellets om met de verloren wasmethode in de juiste vorm te persen. De eerste vormen van glaskeramiek gaven problemen met de sterkte en met verkleuring, maar sinds er lithiumdisilicaat, kan worden gebruikt, zoals IPS e.max van Ivoclar Vivadent, is het een betrouwbaar, duurzaam en bijzonder fraai restauratiemateriaal. Het grote voordeel van glaskeramiek is dat de restauratie uit één geheel bestaat, oftewel monolithisch is. Het fragiele veldspaatkeramiek hoeft hierbij enkel te worden aangebracht in de esthetische zone van de restauratie, waar minimale occlusale krachten komen. Een ander voordeel is de etsbaarheid van het lithiumdisilicaat, waardoor het materiaal adhesief te cementeren is. Deze stevige bevestiging maakt de restauratie sterker en zorgt dat een retentieve preparatie niet langer noodzakelijk is. Hierdoor kunnen er partiële restauraties met dit materiaal worden gemaakt, zodat de weefsel- afname sterk kan worden gereduceerd. Lithiumdisilicaat kan in verschil- lende mate van translucentie worden geleverd. Het laat meer licht door dan de oxidekeramieken en geeft daarmee een natuurlijker resultaat. De translucentie heeft als risico dat zowel een verkleurde onderliggende stomp als de kleur van het gebruikte cement de kleur van de kroon beïnvloedt.

Composiet

Als er een materiaal is waarvan de ontwikkeling de afgelopen twintig jaar hard is gegaan, dan is het wel composiet. Dat geldt niet alleen voor de composieten die direct aan de stoel worden gebruikt, maar zeker ook voor de materialen voor indirecte restauraties. Met CAD/ CAM-technieken kunnen ook geperste kunstharsblokjes nauw- keurig tot kronen, onlays en (ets) bruggen worden geslepen. Wat de directe restauraties betreft zijn tandartsen het al lange tijd eens over het succes van composiet. Ook indirect wordt dit materiaal vanwege zijn hoge elasticiteit door patiënten als ‘vriendelijker’ ervaren. Daarnaast is een minimale knife-edgepreparatie voldoende, is het zeer dun uit te werken en is adhesief cementeren mogelijk, wat allemaal weefselbesparend werkt. Laboratoriumstudies tonen bij dunne onlays een grotere overlevingskans bij composiet aan dan bij lithium disilicaat. Echter, de levensduur van composiet kronen is klinisch nog niet vergelijkbaar met de overige materialen. Toepassing van het nieuwe nanokeramiek, zoals Lava Ultimate van 3M ESPE, lijkt de levensduur van indirecte composietrestauraties te verlengen. Dit materiaal heeft de sterkte van keramiek en de zacht- heid van composiet. De esthetiek van dit materiaal is nog niet optimaal en het is te kort op de markt voor klinische studies. Maar uit de huidige testresultaten lijkt nanokeramiek veelbelovend als restauratiemateriaal voor de zijdelingse delen. Het mag duidelijk zijn dat de ontwikkeling van materialen voor indirecte restauraties nooit stil staat. Met behulp van de informatie uit dit artikel kan de materiaal- keuze worden onderbouwd. Wel is het belangrijk om dit in goed overleg met de tandtechnicus te doen. Hij is immers degene die met het materiaal aan de slag moet. Bedenk echter wel, dat de eindverantwoordelijkheid voor de behandeling bij de tandarts ligt. Die kent immers de patiënt, de situatie en de verwachtingen.

Bron: NT 19 2012

Je kunt reactie op dit artikel volgen via RSS 2.0 You can leave a response, or trackback.

Reageer op dit artikel

Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes