Header image

Per 1 januari 2010 worden de kosten voor het Mandibulair Repositie Apparaat uit de basisverzekering vergoed. Tenminste als zo’n MRA wordt aangemeten ter behandeling van lichte en matige vormen van OSAS, het Obstructieve SlaapApneu Syndroom. In verzekeringstaal: het MRA is aan te merken als een te verzekeren prestatie bij de behandeling van aangetoonde OSAS. Deze prestatie is onderdeel van de regeling Hulpmiddelen, waarbij de gekwalificeerde tandarts de behandeling uitvoert en zich daarbij bedient van UPT codes! 

spokane casino

Dit Obstructieve SlaapApneu Syndroom zorgt ervoor dat de ademhaling tijdens de slaap niet ongestoord verloopt, zoals het adjectief ‘obstructief ’ al aanduidt. Deze obstructie wordt meestal veroorzaakt door de tong. Tijdens de slaap zakt deze terug tot tegen de achterwand van de keelholte. Daar kan dan geen lucht meer langs, waardoor er apneu ontstaat: de adem van de slaper staat gedurende een periode van meer dan 10 seconden stil. Daardoor schrikt hij wakker, valt weer in slaap en de obstructie treedt opnieuw op. Ontstaan er op deze manier meer dan 30 apneus per uur slaap, dan is er sprake van ernstige OSAS. Bij minder dan 30 apneus spreken we dus van matige of lichte OSAS. Voor de behandeling hiervan is onder meer het MRA geschikt is. Dit apparaat zorgt tijdens de slaap voor een meer proale positie van de onderkaak en daarmee ook van de tong. Op die manier blijft de luchtweg open.

Categorie 1
Het MRA dient bij voorkeur door een gekwalificeerde tandarts worden vervaardigd. Bovendien moet dit hulpmiddel door een tandtechnisch laboratorium met expertise op het terrein van de repositie-apparatuur worden gemaakt. Binnen Excent zijn al een aantal laboratoria die MRA’s vervaardigen. Dan gaat het meestal om een repositie-apparaat voor de apneupatiënt. Dit is de eerste patiëntencategorie. Om voor hen een passende MRA te kunnen vervaardigen wordt samengewerkt met longartsen, KNO-artsen en neurologen. Want, hoewel het MRA een apparaat is dat in de mond van de patiënt wordt geplaatst, is het bedoeld als hulpmiddel bij een luchtwegaandoening. In geval van OSAS is het onderzoek, de diagnostiek en de therapiekeuze daarom voorbehouden aan de genoemde specialisten. Zij zijn het die het slaaponderzoek uitvoeren, waardoor de ernst van de OSAS kan worden bepaald. Als de ademhalingsstoornis ernstig is, dan heeft nog vaak de behandeling met een  CPAP-apparaat de voorkeur. Die Continuous Positive Airway Pressure blaast de bovenste luchtwegen via de neus als het ware open en gaat aldus de obstructie tegen. Menig patiënt kan echter niet goed tegen deze apparatuur die door sommigen als ‘niet meer van deze tijd’ wordt omschreven, daarbij gevoegd, dat het comfort nogal eens te wensen overlaat. De continue luchtdruk tijdens de slaap werkt wel en heeft ook een direct therapeutisch effect.

Categorie 2
Maar behalve de patiënt met ernstige OSAS, zijn er legio patiënten die een lichte of matige ademhalingsstoornis hebben. Dit manifesteert zich in de slaapkamer door snurkgeluiden. Die zijn menigmaal zo luid, dat er een sociaal probleem ontstaat. Partners kunnen vanwege snurken niet meer samen slapen. Alsof dit al niet ernstig genoeg is, is het snurken vaak ook het voorstadium van meer serieuze gezondheidsproblemen als gevolg van ademhalingsobstructie, zoals een verminderde zuurstofsaturatie van het bloed waardoor het risico op hartproblemen of een beroerte toeneemt. Voor de snurkende patiënt die zich in dit voorstadium bevindt, is het MRA als therapeutisch apparaat zeer nuttig. Het gaat hierbij om een behoorlijk deel van de bevolking. Deze snurkers weten vaak niet dat er een relatie bestaat tussen hun mate van snurken en een serieuzer gezondheidsrisico. Zij vormen de tweede patiëntencategorie. Het is de bedoeling dat Excent als organisatie voor beide categorieën op grotere schaal het MRA gaat aanbieden. Na gedegen onderzoek heeft Excent voor twee producten gekozen. Dit zijn de Thornton Adjustable Positioner® (TAP®) en de Easy Comfort MRA. Op deze manier krijgt de tandarts die met Excent samenwerkt de keuze uit meerdere apparaten waarvan de effectiviteit bij snurkproblemen is bewezen.

Vergoeding alleen bij OSAS
De scheidslijn tussen patiëntencategorie één en twee is enerzijds de mate van Vernauwing Detail tekening vernauwing apneu. Anderzijds wordt de scheiding gekenmerkt door de vergoeding uit de basisverzekering. Wanneer via een slaaponderzoek is vastgesteld dat de patiënt niet alleen snurkt maar ook aan OSAS lijdt, komt de behandeling ervan voor vergoeding in aanmerking. Bij lichte en matige apneu geldt dus dat de kosten voor het MRA uit de basisverzekering worden vergoed. Excent heeft in dat verband afspraken gemaakt met meerdere grotere zorgverzekeraars. Snurkt de patiënt dan helpt de MRA ook. Gaat het snurken echter niet gepaard met apneus, dan moet hij de kosten voor het repositie-apparaat veelal zelf betalen en is dan vaak aangewezen op tegemoetkoming in de kosten vanuit een (mogelijk) afgesloten aanvullende verzekering. Patiënten zijn hiertoe bereid, wanneer hun sociale probleem in de slaapkamer met het MRA wordt opgelost. Gezien zijn informatieplicht zal de gespecialiseerde tandarts die het MRA voor zijn patiënt laat vervaardigen niet kunnen volstaan met uitsluitend uitleg over de werkzaamheid van het apparaat. Hij zal ook aan de patiënt moeten uitleggen hoe de vergoeding in elkaar steekt. Vermoedt de tandarts dat hij met een OSASpatiënt te maken heeft, dan zal hij zijn patiënt zowel vanwege de aard van de afwijking alsmede de vergoeding verwijzen voor een slaaponderzoek. Vooralsnog is de zorgverzekeraar alleen te overtuigen om het MRA te vergoeden als uit een polisomnogram is komen vast te staan dat gedurende de slaap meer dan vijf apneus per uur optreden en het om een echte OSAS-patiënt gaat. Ook dient serieus te worden gekeken naar neveneffecten, zoals stokkende ademhaling, herhaald wakker schrikken, vermoeidheid overdag en concentratieverlies.

Implantaatgedragen MRA
Het MRA is de eerste keuze bij snurkproblematiek. In maar liefst 96% van de gevallen is het apparaat voor de bestrijding van snurken effectief. Een MRA wordt bij betande patiënten over de gebitselementen heen geplaatst. Het mechanisme waarmee de proale repositie van de onderkaak wordt bewerkstelligd, is meestal een soort verstelbare schroef. Daarmee kan het MRA in horizontale en soms ook in verticale richting ingesteld worden voren. Door de proale stand van de onderkaak wordt én de luchtweg geopend én staan de weke delen als het ware wat strakker. De retentie van het MRA kan bij betanden worden verkregen door ankers in combinatie met de goede pasvorm van het kunsthars. Aan de retentie moet voldoende aandacht worden besteed, aangezien de krachten die op het apparaat worden uitgeoefend vrij groot zijn. Vandaar dat deze retentie een probleem is als de patiënt partieel of volledig tandeloos is. Hoe kan de niet onaanzienlijke categorie edentate snurk- of OSAS-patiënten wel met een MRA behandeld worden? De eerste oplossing is het plaatsen van twee implantaten met een staafconstructie in de onderkaak. Het mandibulaire deel van het MRA vindt dan zijn houvast op deze staaf. De implantaatgedragen prothese in de onderkaak wordt tijdens de slaap dus vervangen door het implantaatgedragen mandibulaire deel van de MRA. In de bovenkaak gaat de prothese ook uit en wordt vervangen door een kunsthars basisplaat waaraan als een soort handvat de apparatuur is bevestigd om het mandibulaire deel aan te haken. Bij ongeveer de helft van de patiënten werkt deze aan de edentate situatie aangepaste MRA goed, de andere helft krijgt drukplaatsen aan de labiale zijde van de bovenprocessus. Omdat de onderkaak tegen de bovenkaak “aanhangt” (de onderkaak wil terug naar de gewone positie), ontstaat er namelijk een druk op de bovenprocessus naar dorsaal. De klachten daarvan kunnen opgelost worden door de labiale rand van het maxillaire deel van de MRA in zachte kunsthars uit te voeren. Losraken van dit deel van de MRA is niet zozeer een probleem, omdat in de proale stand van de onderkaak de beide delen van de MRA gebalanceerd tegen elkaar rusten en er dus geen kantelen van de bovenplaat kan optreden. Wel zal moeten worden bezien of zich op de lange duur geen “syndroom van Kelly” zal ontwikkelen: resorptie van de buccale lamel van het edentate bovenfront tengevolge van de daarop uitgeoefende druk. Nazorg is dus cruciaal!

Gebitsaanpassing
Met alleen implantologie in de onderkaak kan ruim de helft van de edentate patiënten een MRA dragen. Het resterende deel van de patiënten heeft voor het houvast van het maxillaire deel van de MRA ook implantologie in de bovenkaak nodig. Omdat de grootste krachten in het frontgebied van de bovenkaak worden uitgeoefend, ligt het voor de hand om in dat gebied vier implantaten te plaatsen en daarop een staafconstructie te vervaardigen voor het houvast van de MRA (en vanzelfsprekend ook voor de VP boven die overdag gedragen wordt). Met twee implantaten postcanien kan bij edentate patiënten in de bovenkaak soms ook voldoende retentie worden verkregen. Uit een recente uitspraak van het College van Zorgverzekeringen blijkt dat de kosten voor gebitsaanpassingen ten behoeve van het dragen van een MRA overigens niet (zomaar) worden vergoed. Zijn er aanpassingen in de vorm van implantaatgedragen constructies nodig om het MRA te kunnen dragen, dan worden de kosten daarvan in beginsel niet vergoed. Het behoort tot de deskundigheid van de behandelaar om de patiënt ook over dit soort aspecten van het MRA te informeren.

Excent TAP® en Easy Comfort MRA
Wat betreft de keuze uit het grote arsenaal aan repositie-apparatuur, is er consensus dat die apparatuur ten eerste titreerbaar (lees: instelbaar) moet zijn. Het tweede vereiste is dat het MRA een bi-bloc moet zijn, dus uit aparte delen voor de onderkaak en voor de bovenkaak moet bestaan. Één van de apparaten die aan deze eisen voldoet is de Excent TAP®. Dit MRA kan met behulp van een sleutel aan de voorzijde individueel ingesteld worden. Het andere apparaat dat vereisten voldoet is de Easy Comfort MRA. Dit apparaat is middels orthoschroeven zijdelings instelbaar. De mond kan tijdens het dragen normaal geopend en gesloten worden en biedt een normale ruimte voor de tong. Welk apparaat ook wordt toegepast, geen van alle zijn voor de patiënt echt aangenaam. Wel effectief. Met een MRA kan een nadelig effect op de kaakgewrichten en de kauwspieren ontstaan. Deze TMD-effecten zijn relatief mild. Bij ongeveer 4 á 5 procent van de MRA-gebruikers treedt evenwel toch een meestal myogene TMD op. De kaakrelatie van deze patiënten worden eerst weer in de neutrale positie teruggebracht en vervolgens wordt de onderkaak vandaaruit langzaam weer in de gewenste protrusie gebracht. Stuit dat opnieuw op problemen, dan moet vastgesteld worden dat de patiënt met OSAS of met een snurkproblematiek niet met een MRA kan worden behandeld. Hieruit blijkt dat het MRA en ook de andere orale apparatuur altijd met kennis van zaken moet worden voorgeschreven en worden begeleid. Bij de OSAS-patiënt is dat meestal wel gewaarborgd, omdat deze via de longarts, de neuroloog of de KNO-arts bij de gecertificeerde (NVTS) tandarts terecht komt. Maar ook de snurkproblematiek is complex genoeg om de behandeling daarvan alleen over te laten aan gespecialiseerde zorgverleners, die weten wat zij doen. Dat is ook de insteek van Excent. Vanwege de schaal van Excent kan het MRA voor een concurrerende prijs worden geleverd. De kosten ervan zijn beduidend lager en het draagcomfort groter dan die voor de CPAP-apparatuur. Dat moet in deze krappe tijden de zorgverzekeraar toch zeer aanspreken.

Meer informatie?  

Neem contact op met Cyriel Lodiers
Tel. 0800-3300000
Email c.lodiers@excent.eu
Of bezoek website http://bit.ly/pCretj

Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes